|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Lekker gemakkelijk zo’n flesje, zeker als je kindje leert zelf het flesje vasthouden. Heb jij eindelijk je handen vrij! En het ziet er ook zo leuk als uit zo’n kleintje zelf uit een flesje drinkt. Toch is het beter om het flesje zo snel mogelijk te laten verhuizen naar een plekje achter in het keukenkastje. Als je kind begint met eten is het ook tijd te leren eten van een lepel en te drinken uit een echte beker. Het kost even tijd en aandacht. Maar het is goed voor de mondspieren van je kind. En het is nóg veel leuker en eigenwijzer je kind zelf te zien eten van een lepeltje of drinken uit een bekertje.
Papa, mama, poes Je zou het misschien niet zeggen maar afhappen van een lepel en leren drinken uit een beker is goed voor de taalontwikkeling van je kind. Je kind leert namelijk andere spieren gebruiken in de mond, tong en kaken. En die spieren zijn weer nodig om letters te kunnen vormen. Dus ga vanaf de 6 maanden maar snel aan de slag met een lepel en vanaf 8 maanden met een beker. Des te eerder kan je kindje papa of mama zeggen!
Tanden Drinken uit een beker is ook beter voor de tanden. Met een zuigfles of tuitbeker drinkt een kind heel langzaam en komen de tanden (in aanleg) voortdurend in contact met een vloeistof. En dat kan veel sneller leiden tot tandbederf.
Tip:
Leg in het begin een grote plastic vuilniszak, een stuk zeil of uitgespreide kranten onder de kinderstoel. Je kind kan dan zoveel knoeien als het wil, maar je vloer blijft schoon!
Tip: Kinderen kunnen al heel snel uit een rietje drinken. Handig voor onderweg.
|
|
|
|
|
|
|