Bijvoeding

De eerste zes maanden van zijn leven heeft je kind niets anders nodig dan borstvoeding. Daar zit alles in wat nodig is om goed te kunnen groeien en gezond te blijven. Maar op een gegeven moment is er meer nodig.  Dan heeft je kindje ook andere voedingsstoffen nodig en ga je bijvoeding  geven. Met de producten van Bonbébé  weet je zeker dat je je kind iets goeds geeft. Het zijn producten die precies zijn afgestemd op de leeftijd en groei van je kind, boordevol belangrijke voedingstoffen.

De eerste hapjes

Als je baby 5 of 6 maanden oud is, krijgt hij belangstelling voor wat jij in je mond stopt. Hij maakt steeds meer smakgeluidjes: het wordt tijd voor een eerste hapje.

 

Tot 6 maanden heeft je baby genoeg aan borstvoeding. Je hoeft dan dus nog niets extra’s te geven. Heeft je kindje een allergische aanleg , dan is het zelfs verstandig om voor  6 maanden helemaal geen bijvoeding te geven.

 

Tip: laat je baby af en toe (onder toezicht) met een plastic lepeltje spelen. Zo kan hij alvast wennen aan een lepeltje in zijn mond.

 

Is je kind al voor de 6 maanden toe aan wat extra’s? Dat kan prima, maar stel het moment van beginnen wel uit tot je baby minimaal 4 maanden oud is. En geef hele kleine porties, enkele lepeltjes zijn al genoeg. Een babymaagje is snel gevuld en de kans is groot dat als je een uitgebreid hapje geeft, je kindje geen zin meer heeft in de borst. Terwijl die voeding echt nodig is!

 

Op de menukaart staat:

 

Vanaf 4 maanden:

  • fruithapjes ( bijvoorbeeld gepureerde peer, banaan, appel, perzik, meloen)
  • groentehapjes (bijvoorbeeld gekookte gepureerde wortel, bloemkool, boontjes, ontvelde tomaat of broccoli)

 

Vanaf 6 maanden:

  • fruithapjes
  • groentehapjes met aardappel, rijst, pasta en vlees of vis
  • brood, pap

 

Vanaf 8-10 maanden:

  • grof gesneden of geprakt voedsel
  • drinken uit een beker

 

Tip: Vindt je kind een hapje niet lekker? Probeer het na een paar dagen nog een keer. Soms moet een kind wel 5 tot 10 keer iets eten voor het aan de smaak gewend is.

Hoe het eten verandert

Als je baby 6 maanden oud is heeft hij niet meer genoeg aan alleen (moeder)melk. Je zult je kind langzamerhand wat anders te eten gaan geven. Borstvoeding bevat niet alles meer wat je baby nodig heeft. Er zijn nu ook andere voedingsstoffen nodig. En je kind moet de spierenvan de monden de kaken leren gebruiken. Dat is ook nodig om te leren praten. Borstvoeding kun je trouwens nog heel lang blijven geven, zolang jij en je kind er nog van genieten. Door het introduceren van bijvoeding zal je kind op een heel natuurlijke manier minder om de borst gaan vragen.

 

Start met enkele hapjes fijn gepureerde groente of fruit tussen 2 voedingen door. Als dat goed gaat, kun je zo’n maaltijdje uitbreiden en een (moeder)melkvoeding laten vervallen. Na een poosje komt een papvoeding in plaats van een (moeder)melkvoeding.

 

Zo vervang je langzamerhand alle voedingen. Er is geen vast schema voor welke voeding je het beste als eerst en als laatste kunt vervangen. Kijk wat het beste bij jou en je kind past. De meeste moeders vinden het prettig om de eerste en de laatste voeding op een dag te gebruiken om het langste borstvoeding te blijven geven.

 

Is je kind 1 jaar oud dan kan het met de pot mee-eten en zit je op een schema van 3 maaltijden per dag met maximaal 4 keer iets tussendoor . Als je wilt en het fijn vindt kan daar nog best een borstvoeding bij zitten.

 

Tip: Bouw je borstvoeding langzaam af, wees er dan op bedacht dat als je nog maar 2 voedingen per dag geeft, de melkproductie snel kan teruglopen. 

Zoet, zoeter, zoetst

Je baby wordt geboren met een voorkeur voor zoet. Toch is het niet goed om je kindje suiker te geven of suiker toe te voegen aan de voeding. Wanneer je kindje al vroeg suiker krijgt, ontwikkelt het ook op latere leeftijd een zoete smaakvoorkeur. Bovendien kan suiker een grotere kans op tandbederf veroorzaken. Daarom bevatten Bonbébé potjes géén toegevoegde suiker, maar alléén suikers die van nature aanwezig zijn.

 

Voorzichtig met zout

Tot de leeftijd van 12 maanden voegen we geen zout toe aan Bonbébé producten. De nieren van je baby zijn nog niet volledig ontwikkeld en kunnen een teveel aan zout niet goed verwerken. Om je kindje te leren wennen aan verschillende smaken, voegen we groene kruiden aan de maaltijden toe zoals basilicum, peterselie of oregano. Dat maakt het extra smakelijk.

IJzersterk

Vanaf 6 maanden krijgt je kindje een grotere behoefte aan ijzer. IJzer draagt bij aan de normale ontwikkeling van de hersenen. IJzer zit onder andere in vlees, vis, kip, graanproducten en groene groenten. Bonbébé biedt een breed assortiment.

Vitamine C

Het is belangrijk dat je kindje elke dag fruit en groenten eet, want daarin zit vitamine C. Vitamine C ondersteunt het immuunsysteem.

Fles, beker of lepel?

Lekker gemakkelijk zo’n flesje, zeker als je kindje leert zelf het flesje vasthouden. Heb jij eindelijk je handen vrij! En het ziet er ook zo leuk als uit zo’n kleintje zelf uit een flesje drinkt. Toch is het beter om het flesje zo snel mogelijk te laten verhuizen naar een plekje achter in het keukenkastje. Als je kind begint met eten is het ook tijd te leren eten van een lepel en te drinken uit een echte beker. Het kost even tijd en aandacht. Maar het is goed voor de mondspieren van je kind. En het is nóg veel leuker en eigenwijzer je kind zelf te zien eten van een lepeltje of drinken uit een bekertje.

 

Papa, mama

Je zou het misschien niet zeggen maar afhappen van een lepel en leren drinken uit een beker is goed voor de taalontwikkeling van je kind. Je kind leert namelijk andere spieren gebruiken in de mond, tong en kaken. En die spieren zijn weer nodig om letters te kunnen vormen. Dus ga vanaf de 6 maanden maar snel aan de slag met een lepel en vanaf 8 maanden met een beker.

 

Tanden

Drinken uit een beker is ook beter voor de tanden. Met een zuigfles of tuitbeker drinkt een kind heel langzaam en komen de tanden (in aanleg) voortdurend in contact met een vloeistof. En dat kan veel sneller leiden tot tandbederf. 

Allergische aanleg?

Is je kind allergisch? Begin dan nooit voor 6 maanden met het geven van bijvoeding. De kans op allergieën voor meer voedingsmiddelen is dan groter. Overleg altijd met je huisarts of op het consultatiebureau over welke hapjes je wanneer kunt gaan geven .

Bij allergieën wordt aangeraden altijd met enkelvoudige smaken te beginnen. Op de etiketten van alle potjes staat vermeld welke ingrediënten en eventuele allergenen erin zitten. 

Vragen over kindervoeding